Vraag en antwoord

Hieronder staan de belangrijkste vragen die we van het testpanel kregen, inclusief onze antwoorden. Staat uw vraag er niet bij? Stel deze via info@lokaleenergieetalage.nl of klik in de linkerkolom op Over de data en Over de LEE.

Waar komen de data vandaan?

De kwantitatieve indicatoren in de Lokale Energie Etalage zijn afkomstig uit de Klimaatmonitor van Rijkswaterstaat. De data over de inzet van de gemeente is afkomstig uit de VNG Energie Enquête. De icoonprojecten zijn door de gemeenten zelf aangeleverd via de VNG Energie Enquête. Lees verder over de keuze van indicatoren en de bronnen.

Hoe kan ik een lokaal icoon indienen?

Het is aan de gemeente om lokale iconen aan te dragen of voorstellen te ondersteunen. Gemeenten kunnen extra Icoonprojecten aanmelden of actualiseren door een mail te sturen naar info@lokaleenergieetalage.nl met:

  • Een korte beschrijving
  • Minimaal één goede foto
  • Een link naar meer informatie
  • Een contactpersoon

Wanneer u als lokaal energie-initiatief een Icoonproject aanmeld, dan vragen wij hiervoor eerst toestemming met onze gemeentelijke contactpersoon, alvorens deze wordt geplaatst. Van ieder thema kan er per gemeente één Icoon worden geplaatst.

In het linker frame ontbreken de getallen over energiegebruik in zes sectoren.

De getoonde sectoren samen vormen het overgrote deel van het energieverbruik, maar niet het totaal, waardoor de optelling van de percentages lager is dan 100%. 

Om redenen van bedrijfsgevoeligheid is het soms niet toegestaan het aandeel van een bepaalde sector te geven, omdat dit herleidbaar is naar één of enkele gebruikers. Het totale energieverbruik mag in veel gevallen wel getoond worden, waardoor het aandeel van de overige sectoren wel berekend kan worden.

Voor ongeveer een kwart van de gemeenten is het niet mogelijk het totale energieverbruik te berekenen. Dit komt in vrijwel alle gevallen doordat, om eerder genoemde reden het totale gasgebruik niet getoond mag worden. Hierdoor kan ook het aandeel van de zes sectoren niet worden weergegeven.

Wat omvat de term: 'Hernieuwbare energie'?

Ook hier zijn de data afkomstig uit de Klimaatmonitor. Hierin is naast wind en zon de diversiteit aan mogelijke bronnen opgenomen. Zie voor de details Over de data.

Wat wordt bedoeld met ‘diensten’?

Groot- en detailhandel, reparatie van auto's, vervoer en opslag, horeca, informatie en commmunicatie,, financiële activiteiten en verzekeringen, exploitatie van en handel in onroerend goed. Zie voor details Over de data.

Wat wordt verstaan onder ‘maatschappelijk vastgoed’?

Een deel van wat ook in de Klimaatmonitor onder publieke dienstverlening valt: openbaar bestuur en defensie, verplichte sociale verzekeringen, onderwijs, gezondheids- en welzijnszorg, kunst, amusement en recreatie. Zie voor details Over de data.

Kunnen we per gemeente (en per sector) ook de CO2 impact zien?

Deze gegevens zijn beschikbaar in de Klimaatmonitor. 

Hoe krijg ik een beeld van de lange termijn?

Het referentiejaar van het Energieakkoord is 1990. Het beeld hoe de ontwikkeling verloopt van de CO2-uitstoot vanaf 1990 vind je in de Klimaatmonitor.

Kan ik alle data ook downloaden?

Het is nog niet mogelijk de Indicatoren uit de Etalage te downloaden. De indicatoren in de Winkel zijn via de Klimaatmonitor te downloaden. Klik per indicator op Naar Klimaatmonitor om in die omgeving de indicator te downloaden.

Waarom een fiets als symbool bij mobiliteit?

We kozen voor de fiets omdat deze een rol kan spelen in het behalen van de doelstellingen van het Energieakkoord en lokale en nationale klimaatdoelstellingen. Maar liefst 70% van alle ritten is korter dan 7,5 kilometer. Van alle autoritten is meer dan 50% korter dan 7,5 kilometer. Dat is voor de meeste gezonde mensen minder dan een half uur fietsen. In 40% van alle gemeenten is het verkeer de grootste bron van CO2- uitstoot. Eénvijfde deel van de CO2-uitstoot in Nederland wordt veroorzaakt door gemotoriseerd verkeer. Volgens de duurzame mobiliteitsmonitor (KpVV) ontbreekt in veel gemeenten de koppeling tussen klimaatdoelen en verkeersbeleid en is het nodig om die koppeling te leggen.

Het themateam Duurzame Mobiliteit van Rijkswaterstaat Leefomgeving werkte aan een aantal thema's rondom lokale duurzame mobilteit, volgens de 'Trias Mobilica': 1. verminder mobiliteit, 2. verander mobiliteit (bijvoorbeeld door het fietsen te stimuleren) en 3. verduurzaam (aanschaf duurzame voertuigen en brandstoffen, zoals groen gas en elektrisch). Vandaar even geen elektrische of groen gasauto als symbool, maar de fiets.